Overheid
Het NGI is klaar voor de toekomst op zijn 50ste
19 augustus, 2026 | Xavier Fodor
In België vervult het Nationaal Geografisch Instituut (NGI) de rol van federale geobroker. Het verzamelt, structureert en ontsluit geografische informatie voor het volledige grondgebied. Voor zijn cartografische productie steunt het instituut op ArcGIS Pro.
Vijftig jaar na zijn oprichting lijkt het Belgische Nationaal Geografisch Instituut nog maar weinig op de klassieke kaartendienst die het ooit was. Kaartproductie vormt nog steeds de kern van zijn identiteit, maar het instituut heeft zijn rol geleidelijk uitgebreid tot een belangrijke leverancier van geografische diensten en referentiegegevens op federaal niveau.
Het NGI valt nog steeds onder de bevoegdheid van het Ministerie van Defensie, een erfenis van bijna twee eeuwen als producent van militaire kaarten. Vandaag telt de instelling iets meer dan 200 medewerkers. In tegenstelling tot zijn veel grotere Franse tegenhanger, die over uitgebreide onderzoeksactiviteiten beschikt, kiest het Belgische NGI bewust voor een compactere organisatie en een andere opdracht.
“Wij zijn de officiële cartografische instantie van het land en verantwoordelijk voor referentiegegevens en geodesie, die de referentiesystemen vastlegt waarmee geografische data nauwkeurig kunnen worden gepositioneerd”, zegt Ingrid Vanden Berghe, administrateur-generaal van het Nationaal Geografisch Instituut. “Maar vandaag zijn we veel meer dan een kaartenproducent. Doorheen de jaren heeft het instituut zich ontwikkeld tot een integrator en makelaar van geografische gegevens. Die evolutie kreeg extra vaart dankzij de INSPIRE-richtlijn, die ons ertoe aanzette de toegang tot federale geografische data te vergemakkelijken en het gebruik ervan binnen overheidsdiensten te stimuleren. Zo werd het NGI beheerder van geo.be, het centrale toegangspunt tot honderden datasets van Belgische federale overheden.”
Die opdracht is des te belangrijker omdat België een complexe institutionele structuur kent. Referentiegegevens en orthofoto’s worden afzonderlijk geproduceerd door het Vlaamse, Waalse en Brusselse Gewest, aangevuld met federale referentiedata. “Onze taak bestaat erin die informatie te harmoniseren en samen te brengen in coherente datasets op nationaal niveau”, benadrukt Ingrid Vanden Berghe.
Zo stelt het NGI een nationale orthofotolaag samen en werkt het bijvoorbeeld samen met Infrabel, beheerder van het Belgische spoorwegnet, om datamodellen op elkaar af te stemmen. Daarnaast speelt het instituut een rol in verschillende strategische domeinen, zoals defensie, mobiliteit, weerbaarheid en klimaatadaptatie. In al deze sectoren vormt GIS een essentieel instrument om geografische informatie te verzamelen, te delen en te benutten ter ondersteuning van besluitvorming.
30 jaar samenwerking met Esri BeLux
Hoewel de opdracht van het NGI sterk is geëvolueerd, zijn er ook constante factoren gebleven. Een daarvan is het gebruik van Esri-technologie, die al sinds het begin van de jaren negentig deel uitmaakt van de organisatie.
“Ik ben in 1990 bij het NGI gestart en de eerste Esri-software kwam vrijwel gelijktijdig binnen”, herinnert Éric Bayers, algemeen adviseur bij het Nationaal Geografisch Instituut, zich. “Het doel was toen duidelijk: de traditionele werkwijzen geleidelijk achter ons laten en de overstap maken naar digitale cartografie.”
Dankzij een grootschalig moderniseringsprogramma binnen de Belgische overheidsdiensten kon het NGI investeren in technologie die destijds een aanzienlijke kost vertegenwoordigde.
“De eerste overheidsopdracht die Esri binnenhaalde, draaide meer rond digitale cartografie dan rond GIS in de moderne betekenis van het woord”, vertelt Éric Bayers. “Met de eerste ArcInfo-licenties hebben we een zeer sterke expertise opgebouwd in digitale kaartproductie.”
Sindsdien zijn de toepassingen sterk uitgebreid. Vandaag worden Esri-oplossingen ingezet voor cartografie, kwaliteitscontrole, ruimtelijke analyses en webapplicaties. Vooral binnen de kaartproductie blijft hun rol echter cruciaal.
“Voor digitale cartografie zouden we het bijzonder moeilijk hebben zonder deze omgeving”, erkent Ingrid Vanden Berghe.
Die langdurige samenwerking neemt niet weg dat het NGI een pragmatische aanpak blijft hanteren. De directie benadrukt geregeld het belang van technologische soevereiniteit en het vermijden van een te grote afhankelijkheid van één leverancier.
Doorheen de decennia groeide de relatie met Esri BeLux, dat het NGI al begeleidt sinds de eerste implementaties van ArcInfo, uit tot een duurzaam partnerschap. De evolutie van de cartografische productieketen, de overstap naar ArcGIS Pro en de ontwikkelingen rond cartografische generalisatie werden ondersteund door een voortdurende uitwisseling tussen de teams van het NGI en Esri BeLux.
“We hebben onze productiemethoden kunnen moderniseren en tegelijk kunnen profiteren van de innovaties binnen het platform”, zegt Éric Bayers.
Die continuïteit verklaart mee waarom Esri-oplossingen vandaag zo’n belangrijke plaats innemen binnen de cartografische processen van het instituut.
ArcGIS Pro als ruggengraat van de cartografische productieketen
De directie Cartografie is vandaag een van de grootste gebruikers van Esri-technologie binnen het instituut. Onder leiding van Ward Velinden brengt zij een twintigtal specialisten samen op het vlak van cartografische generalisatie, symbolisatie en kaartproductie.
Het vlaggenschip van deze activiteit is Cartoweb, de nationale digitale topografische kaart van België. In tegenstelling tot klassieke topografische kaarten, die oorspronkelijk ontworpen werden voor drukwerk, werd Cartoweb vanaf het begin opgevat als een digitaal product met meerdere schaalniveaus, van 1:2.500 tot 1:4.000.000, bedoeld voor gebruik op scherm.
De productie steunt op een hybride technologische keten. Geografische gegevens worden opgeslagen in een PostgreSQL-database die via verschillende updateprocessen wordt gevoed. ArcGIS Pro wordt vervolgens ingezet voor cartografische verwerking, symbolisatie en generalisatie.
“Met ArcGIS kunnen we updates snel integreren en regelmatig nieuwe versies van de kaart publiceren, meestal om de twee maanden, zodat de meest recente veranderingen in het landschap worden opgenomen”, legt Ward Velinden uit.
Een van de grootste uitdagingen is het beheren van de verschillende schaalniveaus die nodig zijn om het grondgebied correct weer te geven. De referentiegegevens worden onderhouden op een conceptuele schaal van 1:10.000 en vervolgens automatisch gegeneraliseerd naar meer geabstraheerde representaties voor kleinere schaalniveaus.
Die generalisatie is vandaag een van de belangrijkste expertises van het NGI.
“Een kaart op kleine schaal betekent niet simpelweg minder informatie tonen”, zegt Ward Velinden. “Je moet de voorstelling van het territorium herdenken om de leesbaarheid te behouden zonder essentiële elementen te verliezen.”
Daarvoor maakt het NGI intensief gebruik van de geoprocessingmogelijkheden van ArcGIS Pro, aangevuld met eigen algoritmes die intern werden ontwikkeld.
“ArcGIS vormt het technologische platform waarop wij onze eigen generalisatieprocessen bouwen.”
Deze ontwikkelingen worden gedragen door een gespecialiseerd team met de naam AutoGEN. Hun exclusieve opdracht bestaat uit het automatiseren van de processen die nodig zijn voor kaartproductie. Het doel is om consistente kaarten te genereren voor elk schaalniveau, met zo weinig mogelijk manuele tussenkomst.
Ondanks die toenemende automatisering blijft menselijke expertise onmisbaar.
Cartografen gebruiken ArcGIS Pro dagelijks om resultaten te controleren, afwijkingen te corrigeren en verfijningen door te voeren die niet automatisch kunnen worden uitgevoerd.
“Geautomatiseerde processen nemen een groot deel van het werk voor hun rekening, maar er blijft altijd een fase waarin menselijke tussenkomst noodzakelijk is om het gewenste kwaliteitsniveau te bereiken”, benadrukt Ward Velinden.
Ook op het terrein wordt de technologie ingezet. Teams die verantwoordelijk zijn voor kwaliteitscontrole, datavalidatie en geodetische werkzaamheden gebruiken ArcGIS Field Maps op tablets om informatie aan te vullen of te verifiëren die niet uitsluitend via luchtbeelden kan worden verkregen.
Naar één geïntegreerde kaartomgeving
Een van de meest ambitieuze projecten waarmee het NGI momenteel bezig is, betreft de verdere evolutie van zijn cartografische productieketens.
Vandaag worden gedrukte topografische kaarten en Cartoweb nog steeds in aparte omgevingen geproduceerd.
“Historisch gezien werden papieren kaarten ontworpen voor drukwerk”, legt Ward Velinden uit. “Kleuren, contrasten, lijndiktes en symbolen werden afgestemd op leesbaarheid op papier. Cartoweb daarentegen werd vanaf het begin ontwikkeld als een digitaal product voor schermgebruik.”
Dat verschil in ontwerpfilosofie verklaart waarom digitale kaarten niet zomaar kunnen worden afgedrukt.
“Dat kan niet zonder aanpassingen, omdat de symbolisatie daar niet voor ontworpen is”, vult Éric Bayers aan.
Toch vervagen de grenzen tussen beide werelden steeds meer. Gebruikers verwachten vandaag een consistente kaartervaring, ongeacht het medium.
De uitdaging voor het NGI bestaat er dan ook in om beide productieprocessen dichter bij elkaar te brengen.
“We beschikken al over dezelfde referentiegegevens. De vraag is nu hoe we vanuit diezelfde basis efficiënter kaarten kunnen produceren voor verschillende toepassingen”, zegt Ward Velinden.
ArcGIS Pro speelt daarbij een centrale rol. Het platform wordt vandaag al gebruikt voor de productie van Cartoweb en de processen rond cartografische generalisatie, maar kan op termijn ook bijdragen aan een verdere integratie van de digitale en gedrukte productieketens.
Die evolutie sluit naadloos aan bij de transformatie die het NGI al decennialang doormaakt, met een onveranderde doelstelling: geografische informatie toegankelijker, actueler en consistenter maken.
Vijftig jaar na zijn oprichting blijft het Belgische NGI zich verder ontwikkelen. Met referentiegegevens, geografische diensten en digitale cartografie toont het instituut aan dat de kaart een levend instrument blijft dat voortdurend mee evolueert met nieuwe behoeften en technologieën. In die evolutie blijft GIS een centrale rol spelen.
Xavier Fodor
Een website voor het jubileum
Ter gelegenheid van zijn vijftigjarig bestaan lanceerde het NGI een jubileumlogo, een speciale website en een reeks StoryMaps die de geschiedenis van het instituut in beeld brengen.
Een interactieve tijdlijn schetst de evolutie van de organisatie lang vóór haar officiële oprichting in 1976, vanaf het Dépôt de Guerre dat in 1831 belast werd met het leveren van kaarten aan het Belgische leger.
Andere toepassingen belichten belangrijke mijlpalen in de geschiedenis van de cartografie, topografie en geodesie in België. Zo vertelt de StoryMap Nieuwe grenzen voor een nieuw land het verhaal van het kaartwerk dat werd uitgevoerd na de Belgische onafhankelijkheid.
Samen vormen deze initiatieven een aantrekkelijk venster op het rijke erfgoed van het NGI en tonen ze hoe technologische vernieuwing de werking van het instituut doorheen de jaren heeft gevormd.
Meer informatie: ngi.be/fr/50ansign/home
Bekijk hieronder hoe 30 jaar samenwerking tussen het NGI en Esri BeLux innovatie in digitale cartografie blijft stimuleren.